Er zijn verschillende stoofperenrassen bekend, zo’n 1000 soorten. Inmiddels de bekendste in Nederland is toch wel de Gieser Wildeman peer. Daarnaast zijn er nog heel veel andere lekkere stoofperenrassen. Sommige mensen zullen misschien een boom in de tuin hebben staan en al jaren de lekkerste gerechten maken met hun eigen peertjes.
Hieronder lichten we ze voor je uit.

In de handel zijn er een paar bekende stoofperen; de Gieser Wildeman en de Saint Remy. Maar ook de winterrietpeer en de zoete brederode zijn nog weleens terug te vinden in landwinkels.

Gieser Wildeman

Door fijnproevers vaak tot de lekkerste stoofpeer betiteld en momenteel het meest geteelde, commerciële ras. Een kleine, knusse peer van Hollandse origine die uit 1850 stamt. Gekweekt door de heer Wildeman nabij Giessendam (Zuid-Holland). De boom is klein en gedrongen, heeft witte bloesem en kan geplukt worden van half september tot begin oktober. Het is een zelfbestuiver maar een matige groeier die wel makkelijk gezond te houden is. Wanneer deze in natte grond staat worden er hoge eisen aan de verzorging gesteld. De peren koken licht- tot bruinrood af en zijn tot ver in de lente te bewaren.

Saint Rémy

Dit ras vindt zijn oorsprong in het oude België. In 1838 gevonden in Luik door kweker Lequarré maar pas in de 20ste eeuw populair geworden. De Saint Rémy is de grotere en iets zuurdere tegenhanger van de zoete Gieser Wildeman. Dit ras groeit aan een fors en steil groeiende, compacte boom met witte bloesem. Na kruisbestuiving, dus met behulp van andere bomen, kan er in oktober geplukt worden. De constant hoge opbrengst bestaat uit grote, stompe groene tot groengele vruchten vol roestkleurige stippen en met een rode blos met stippen aan de zonzijde. De schil is ruw, de steel vlezig en de vrucht kleurt roze bij het stoven. Ook deze peer is goed tot in de lente bewaarbaar.

Winterrietpeer

De Winterrietpeer is een ras dat vroeger algemeen verspreid was in Nederland. Het ras is zelfbestuivend en de naam verwijst naar de manier van bewaren. Ze bewaarden de peren in kuilen op stro of riet en rietmatten. Dit was vroeger heel gebruikelijk en in de kuil bleven de peren mooi koel en werden ze niet beïnvloed door zonlicht of regen. Op deze manier konden ze de peren tot in februari bewaren. De peren worden geplukt van september tot in oktober en de vruchten zijn geschikt om de stoven en de wecken. Het vruchtvlees van de winterrietpeer is geelachtig wit, fijn van korrel (voor een stoofpeer), vast van structuur en redelijk sappig. Deze peer wordt tijdens het stoven mooi rood en heeft veel aroma. De peer wordt ook wel de “pannenkoekpeer” genoemd omdat hij vroeger veel gegeten werd samen met pannenkoeken.

Zoete Brederode Peer

De brederode peer is een zeer bekend ras stoofpeer, typisch Nederlands wordt als sinds 1800 geteeld. De peren zijn er in verschillende soorten namelijk: “echte brederode, zure brederode, groene brederode, zoete brederode en de dikkop”. De Pyrus communis (zoete brederode) is een peer met meer een appelvorm. Hij is lang te bewaren en verkleurd tijdens het bewaren van rood/groen naar geel. Tijdens het stoven wordt deze peer mooi donkerrood en krijgt een rinse smaak.

Helaas zien we deze ras niet meer terug in de winkels, misschien nog bij wat landwinkels die een enkele boom hebben staan. Hoogstwaarschijnlijk is dit gekomen door de opkomst van de Saint Remy stoofpeer, die sterk lijkt op de Zure Brederode.

Hieronder een overzicht met stoofperenrassen:

  • Brederode
  • Catillac ofwel Pondspeer
  • Gieser Wildeman
  • IJsbout
  • Kamperveen
  • Pistoolpeer
  • Provisiepeer
  • Saint kelly
  • Saint Rémy ofwel Bellissime d’Hiver
  • Spiegelpeer
  • Winter Louwtje
  • Winterjan, ofwel Wintersuikerpeer,
    Kleipeer, Mandjespeer, Weldrager
  • Winterrietpeer
  • Zoete Brederode
  • Zoutewelle peer